loading

Mag cultuur ook gewoon mooi zijn?

 

Mag cultuur ook gewoon mooi zijn?

 

(Den Haag Centraal, 4 juni 2015)

Het is tijd om een stevig debat te voeren binnen gemeenten over hoe we aankijken tegen cultuur. Afgelopen decennia hebben diverse politieke stromingen verschillende wensen omgezet in beleid. Hier is de culturele sector niet beter van geworden. Mijn stelling is dan ook: stop met het inzetten van cultuur als instrument om sociale (neven)doelstellingen te bereiken. Cultuur mag ook gewoon mooi, inspirerend en spraakmakend zijn!

 

Veel gemeenten hebben afgelopen jaren bezuinigd. De culturele sector heeft een ongekende veerkracht laten zien. Ze is zich anders gaan organiseren en speelt slimmer in op veranderingen en wensen vanuit de maatschappij en politiek. Zo heeft het Residentieorkest een zeer indrukwekkende verandering doorgemaakt. Het orkest is door forse bezuinigingen gekrompen en werkt met een flexibele bezetting. Nieuwe artistieke vormen hebben geleid tot een andere programmering. En met succes, want er worden veel meer bezoekers getrokken. De succesvolle concerten in poptempel Paard van Troje zijn daar mooi voorbeeld van.

 

Succesvolle samenwerkingen
Door de bezuinigingen is samenwerking noodzakelijk geworden. Samenwerkingen van de Haagse toneelgezelschappen was jarenlang ondenkbaar, maar zijn nu succesvol. Datzelfde geldt ook voor dansgezelschappen en verschillende musea. Bezoekersaantallen stijgen, nieuwe type voorstellingen ontstaan en het bedrijfsleven wordt erbij betrokken!

 

Daarmee is de kous niet af. Integendeel. Afgelopen decennia hebben vele politieke partijen hun eigen wensen toegevoegd aan wat zij van cultuur verlangen. Daarmee is de cultuursector belast geraakt met functies waar ze niet voor is bedoeld. Omdat de overheid via subsidies stuurt op het bereiken van haar doelstellingen, heeft de cultuursector zich vanzelfsprekend vol overgave ingezet om de verschillende doelen tegen betaling te realiseren. We moeten daar kritisch naar te kijken.

 

De verheffingsidealen van de PvdA
Als eerste is cultuur de afgelopen decennia volop ingezet als emancipatie-instrument. Zo werd in Den Haag onder leiding van PvdA-wethouders gewerkt aan verheffingsidealen om iedere Hagenaar kennis te laten maken met cultuur. Cultuur zou in wijken leiden tot het aangaan van de broodnodige sociale verbanden en mensen in staat stellen hun blik te verruimen. Volgens de PvdA zou je daardoor een beter mens worden. Cultuur werd dus een verlengstuk van welzijnsbeleid.

 

Het gevolg hiervan is de wens om in elke wijk een theater te openen. Als de mensen niet naar cultuur gaan, dan gaat de cultuur wel naar mensen toe, moet men hebben gedacht. Er ontstond een betuttelende drang om besturen van culturele instellingen te verplichten een afspiegeling van de samenleving te zijn én etnisch te programmeren. Culturele diversiteit werd een doelstelling op zich.

 

Cultuureducatie door D66
In de periode daarna legden bestuurders van de D66 het accent op cultuureducatie. Cultuur werd een verlengstuk van het onderwijs. Dit is logisch voor D66. Via subsidiestromen zijn culturele instellingen afgelopen jaren volop aan de slag gegaan op scholen.

 

Culturele instellingen in Den Haag moeten minimaal vijf procent van hun subsidie besteden aan cultuureducatie, waarvoor zogenoemde cultuurmakelaars zijn aangesteld om te bemiddelen tussen vraag en aanbod. En weer speciaal gespecialiseerde cultuurcoaches leiden docenten in het onderwijs op om cultuur in het onderwijsplan van de school op te nemen. Echter, deskundigen op het gebied van cultuureducatie geven aan dat docenten tegenwoordig niet meer in staat zijn om op een goede manier over kunst en cultuur de doceren, door gebrek aan kennis of tijd. We kunnen er daarom beter voor zorgen dat de kwaliteit van het reguliere onderwijs verbetert en dat we aandacht voor kunst en cultuur overlaten aan ouders of de kinderen zelf.

 

Politiek en cultuur
Directeuren van culturele instellingen vraag ik tijdens mijn vele werkbezoeken vaak hoe het bij hen gaat. Opvallend is dat de meeste directeuren direct vertellen over hun projecten met scholen, over de manier waarop ze in kwetsbare wijken projecten van de grond krijgen of hoe ze proberen om Turkse of Hindoestaanse groepen aan zich te binden met nieuwe programmeringsvormen.

 

Dit voldoet exact aan de politieke opdracht die wordt meegeven, maar waarom hoor ik minder over de ontwikkeling van de programmering en artistieke ontwikkeling van de instelling? Is het zo dat subsidie de inhoud bepaald? Volgen ideeën het geld? Naar mijn mening legt dit precies bloot wat er niet goed gaat tussen politiek en cultuur. We vragen de verkeerde dingen van de sector.

 

De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid publiceerde onlangs haar rapportage ‘Cultuur herwaarderen’. In de gedegen analyse benoemd de Raad het bovenstaande probleem. We hebben vanuit de politiek teveel subdoelen toegevoegd aan cultuur. Het is de vraag of niet andere instrumenten beter zijn in te zetten om op z’n minst hetzelfde of beter effect te bereiken. De Raad noemt tot slot het gevaar dat de sector overvraagd wordt met diverse doelstellingen die niet of nauwelijks waar te maken zijn.

 

Een onsje minder
Het mag ‘een onsje minder’ met al die maatschappelijke doelstellingen in de culturele sector. Het is belangrijk om een goede cultuursector in een stad als Den Haag te hebben, we geven daar dan ook 75 miljoen euro per jaar aan uit. En dat moet wat mij betreft besteed worden aan de eigen ontwikkeling van cultuur, om cultuur mooi, inspirerend en spraakmakend te laten zijn. Dat is namelijk precies wat de cultuursector zo bijzonder maakt en wat bezoekers trekt. Laten we daar weer de focus op leggen en stoppen met verheffingsidealen en cultuureducatie.

 

Van een cultuurinstelling mag verwacht worden dat zij in staat zijn om onderscheidende en aansprekende cultuur te maken. Daarvoor trekken zij, hoe specialistisch of nichegericht ook, verschillende doelgroepen mee aan, zodat de zalen zijn gevuld en musea druk worden bezocht. Sommigen zullen daarvoor met scholen mooie programma’s maken, anderen zullen zich richten op nieuwe doelgroepen. Maar dat gebeurt wat ons betreft op eigen initiatief. Voorop moet staan dat je een aansprekende en artistiek interessante programmering hebt. Dit alles gebracht in een setting en omgeving die aansprekend is voor bezoekers. Dat is waar we op moeten sturen. Vrijheid en verantwoordelijkheid voor eigen invulling leidt dan vanzelf tot creativiteit en succes.

 

Van scholen en ouders vragen we aandacht aan kunst en cultuur te besteden. Cultuurinstellingen kunnen daar eventueel op inspelen en – al dan niet op school – kindervoorstellingen maken.

 

Laten we lering trekken uit de adviezen van de WRR en terughoudendheid zijn met het verbinden van sociale doelstellingen aan cultuur. De waarde van cultuur is op zichzelf voldoende. Daar moeten we voor staan en van genieten!

 

Arjen Lakerveld is sinds 2006 lid van de Haagse gemeenteraad voor de VVD

 

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Meer informatie Deze melding verbergen